maandag 18 september 2017

Antwoord op: De slachtofferkaart trekken

Vandaag geef ik antwoord op iets wat iedereen wel kent: mensen die de slachtofferkaart trekken. Dat zie je al gebeuren vanaf dat je klein kind bent. Mensen komen te hulp aan slachtoffers, dus als je doet alsof je een slachtoffer bent heb je meteen gewonnen in elke discussie. Of dat nou je zus is die gaat huilen als je je snoep niet af wil geven, of dat het gaat om de voorbeelden in dit stukje, het is hetzelfde.

De slachtofferkaart is vooral een manier om een discussie om te gooien. Je bent aan het praten over feitelijke, logische en inhoudelijke dingen, en opeens komt de slachtofferkaart en gaat het alleen nog maar over de emotie. Ga je dan nog door met proberen de inhoud te bespreken, dan ben je een onmens want er is hier een slachtoffer dat hulp moet.

Het is een slap iets om als argument te gebruiken, dus zo kom je het ook haast nooit tegen. Het is eerder alsof je een potje aan het hardlopen bent op het schoolplein, en als je gaat winnen gaat je tegenstander liggen en janken. Die is "gevallen." Nu heb jij niet gewonnen, en je kan ook niet zeggen dat ze zelf is gaan liggen want dan ben je een zielig slachtoffer aan het afkatten.

Bij volwassenen wordt het natuurlijk niet zo duidelijk gebracht. Ja, behalve op het voetbalveld dus, daar kennen we het allemaal wel als een plaag. De "schwalbe" is zo duidelijk de slachtofferkaart trekken dat het gewoon haast een grap is geworden. Maar we zien het overal, al hebben sommige mensen er wel een stuk meer een handje van dan anderen. Slachtoffer zijn is een respectabel iets, want iedereen wil de underdog steunen.

Het zal niemand verbazen dat je deze heel veel hoort van mensen uit de zieligheidsindustrie. Die hebben hun hele werk en leven, en niet te vergeten hun inkomen, te danken aan dat mensen zielige slachtoffertjes willen steunen. En kritisch kijken naar de zieligheid waar ze hun industrie van maken willen ze liefst zo snel mogelijk afkappen. Daarvoor werkt de slachtofferkaart trekken wel voor mensen die toekijken, ookal werkt het niet voor mensen die niet meer in de fabeltjes geloven.

Lang niet altijd is het de spreker die het slachtoffer beweert te zijn, als die de slachtofferkaart trekt. Heel vaak wordt die voor een ander getrokken. Dat merkte ik heel vaak toen ik schreef over pooierrelaties en loverboys. Dan wouden mensen niet op argumenten ingaan, maar vonden ze dat ik niet mocht schrijven wat ik schreef, want daarmee deed ik die arme slachtoffertjes pijn. Vooral als wat ik schreef liet zien dat er misschien helemaal niet zoveel slachtofferigs aan ze wàs.

Niet dat de grote monden zelf zich niet als slachtoffer afbeelden. Als zo'n mediapersoonlijkheid wordt aangesproken op de onzin die hij over ons vertelt, dan wordt er geklaagd over "de seksindustrie die in je nek springt," of over "geterroriseerd worden," of "als moraalridder te kijk worden gezet." Allemaal zieligdoenerij omdat ze opeens niet meer de enige zijn die aan het woord zijn. En dat nadat ze zèlf mensen gemarginaliseerd hebben.



Het is veel delicater als je in discussie moet met mensen die beweren dat ze zelf slachtoffer zijn geweest van verschrikkelijke dingen in de hoererij. Je hebt snel de neiging om door alle onzin heen te prikken, omdat je al kan zien dat ze nep zijn. Ik heb namelijk nog geen echt geval meegemaakt waar ik mee in debat moest. Maar als je niet éérst laat zien dat er niets van hun verhaal klopt, dan werkt de slachtofferkaart voor die mensen heel erg goed.

Jij komt namelijk over als iemand die een slachtoffer aanvalt door haar gewoon tegen te spreken. Alsof je vantevoren al hebt geoordeeld dat je haar niet wìl geloven, en daarom haar afkat. Dan kan je nog zulke goeie argumenten hebben, maar dan heb je het vantevoren al verloren omdat niemand meer kijkt naar jullie discussie als een discussie, maar als iemand die een arm slachtoffer komt pesten. En dus wordt er naar argumenten niet meer geluisterd.

Die professionele slachtoffers trekken dus zo snel ze kunnen de slachtofferkaart. Die hebben vaker met het bijltje gehakt, en willen geen discussie laten ontstaan. Daar hebben ze immers ook niets aan. Het verhaal wat ze willen uitbaten is onversneden in de media gekomen, en alles wat wordt veranderd kost ze alleen aandacht, en meestal geld. Alleen rel vinden ze nogwel leuk, want dat levert meer aandacht op, maar dan moet het niet over de inhoud gaan.

Als je praat met sommige professionele slachtoffers kom je een toontje tegen wat heel duidelijk maakt dat ze precies weten hoe de slachtofferkaart werkt, en dat ze echt bóós op je worden als je niet in die valkuil trapt. Dan word je alles genoemd wat mooi en lelijk is, en doen ze niet eens de moeite om slachtofferig te blijven doen. Want ze vinden dat zij aan de eisen van het slachtofferschap hebben voldaan, en jij dus verplicht bent mee te gaan in hun verwachtingen.

Dat gaat allemaal om mensen met wie je wel in discussie kan gaan, maar die het eigenlijk niet waard zijn. Mensen die ervoor hebben gekozen om hun brood te verdienen aan verhalen over slachtofferschap, die willen niet kijken naar wat er allemaal niet klopt aan hun verhalen. Ze weten best dat die verhalen kunstmatig zijn. Soms hebben ze die verhalen zelf verzonnen, en meestal van collega-prof-slachtoffers overgenomen. Dus wat ga je met de waarheid bereiken? Ze weten hem al, en willen hem niet.

Het is een veel groter probleem bij mensen die eigenlijk met de zieligheidsindustrie niets te maken hebben. Die sluiten zich af van argumenten door de slachtofferkaart te trekken. Die trekken ze niet voor zichzelf, maar om "op te komen voor de slachtoffers." Daarmee stoppen ze helaas hun oren dicht. Die slachtofferkaart is ze gegeven door de ellendeporno in de media, en daar kan je door de slachtofferkaart dus maar heel moeilijk tegenin zodat ze na gaan denken.

Meestal is het nieteens kwade zin waardoor buitenstaanders dat doen. Goed, er zijn er bestwel wat die bezig zijn om hun favoriete rukfantasie te beschermen, maar de meeste mensen hebben echt medelijden met de meisjes waarover ze verteld werden. Ookal denken ze niet net dat beetje door om te begrijpen dat het verhaal wat ze werd verteld toch wel rammelt. Die houden met de slachtofferkaart wel een bord voor hun kop. Dat blijft wel domheid.

Waar je het meest tegenaanloopt is mensen die denken dat de verhalen van het OM of van de reddingsindustrie echt uit de mond van echte slachtoffers zijn gekomen. Die vertrouwen dat ze daar niet over worden voorgelogen, want de reddingsindustrie zal toch niet liegen en het OM is boven alle twijfel. Ik spreek dus niet de industrie tegen, maar ik spreek de slachtoffers tegen, en dan is het mijn woord tegen dat van de slachtoffers.

Dat is de puurste en eerlijkste manier dat deze fout wordt gemaakt. Die mensen geloven eerlijk wat ze verteld is, en ze komen op voor mensen die in het nauw zitten. Dat denken ze tenminste. Die kunnen soms best aan het twijfelen worden gebracht, als je kan voorkomen dat die slachtofferkaart wordt getrokken. En daarvoor is het dus heel belangrijk dat je in het begin vooràl niet tegen de slachtofferverhalen in lijkt te gaan.

Het blijft natuurlijk niet puur en eerlijk. Er zijn zat mensen die hun idee hebben meegekregen uit een stuk emotieporno in de media, en dus méévoelen met het verhaal. Die voelen dat alsof ze het kennen, en alsof het hùn verhaal is geworden. Zo werken de media nou eenmaal. Die gaan hun gevoel beschermen, en voelen zich zelf ook aangevallen. Die doen dan alsof het ze om de gevoelens van het slachtoffer gaat, maar intussen voelen ze zich gewoon zelf aangevallen.

Dat klinkt heel raar, maar kijk maareens om je heen hoeveel je het ziet. En als je dat hebt gedaan, kijk maareens naar jezelf, om te zien dat jij het ook doet. Want het is gewoon een menselijke zwakte. Iedereen leeft zich in in verhalen, en doet daarna nog steeds alsof ze objektief en afstandelijk zijn. Terwijl ze gewoon hun hartje hebben verpand aan het eerste verhaal wat ze emotioneel betrok bij het onderwerp. Zo zijn we nou eenmaal geschapen.

Met die mensen kom je met logica helemaal nergens. Je kan ze zoveel feiten en bewijzen geven als je wil, maar ze voelen zich alleenmaar meer aangevallen. Het enige wat je kan doen is ze zover krijgen dat ze kritisch naar het verhaal gaan kijken, en dat is héél moeilijk, of een geiler en emotioneler verhaal ervoor in de plek vertellen. Dat is eigenlijk oneerlijk, want dan gebruik je alleen de fout die ze maken voor jezelf.

Er is er ook eentje die nogwel wat intellectueler is. Dat is dat je aan "victim blaming" doet als je niet meedoet met de slachtofferverhalen. De meeste argumenten die tegen de slachtofferverhalen inwerken zijn namelijk vooral dat de passieve rol van het meisje in wat er gebeurt, en dat alles tegen haar zin ging, niet klopt met hoe mensen werken, of met hoe de wereld werkt. Dat wordt snel gezien als dat je het meisje verantwoordelijkheid in de schoenen schuift.

Ik noem dat intellectueler, omdat het vooral uit de intellectuele hoek vaak zo wordt gezien. Die hebben een soort eigen slachtoffercultus, waarin mensen die vrouw zijn, een kleurtje hebben, homo zijn, moslim zijn of een andere erkende slachtofferminderheid zijn, niet verantwoordelijk mogen worden gehouden voor dingen die ze doen omdat die dingen zouden komen door hun slachtofferschap. Dat is in Amerika al heel lang van kracht, en in Nederland zie je het nu ook veel.

Het is geboren in de feministische theorie over verkrachting. Dat zijn twee thema's die ik al eerder beschreef. Daar beslisten feministen op een bepaald moment dat verkrachting altijd een gewelddaad van de patriarchie is, en als vrouw heb je daar geen macht over. Dus iedereen die commentaar heeft op hoe een vrouw zichzelf in de nesten werkte, waren bezig om een slachtoffer de schuld te geven van haar slachtofferschap.

Nou is verkrachting een smerige misdaad, en doe je nooit iets om verkracht worden te "verdienen," maar om dat op deze manier dan uit te breiden naar dat je als slachtoffer nooit iets kan hebben gedaan wat meewerkt aan je slachtofferschap is wel heel kort door de bocht. Vooral als dat wordt opgehemeld tot een soort principe waar je niet over kan discussiëren. En als dat ooknog naar andere dingen uitbreidt, zoals hier, dan zijn we van het padje af.

Als je namelijk het slachtofferschap van de verhalen bekijkt, zitten er enorme gaten in het verhaal, en ook enorme gaten in de achtergrond die bij het verhaal verzonnen is. Kijk bijvoorbeeld maareens naar wat de politie, het OM en de reddingsindustrie allemaal willen laten geloven over loverboytechnieken. Als je aanwijst dat die niet werken, en het meisje dus zèlf er toch aan meegewerkt moet hebben, dan vinden ze dat victim blaming. En dat màg niet.

Dat gaat er dus nieteens om of het wáár is. Het gaat erom dat als je slachtofferschap niet als puur passief slachtofferschap behandelt, dat je dan een regel hebt gebroken over hoe je mag discussiëren. Dat leidt er natuurlijk toe dat de slachtofferkaart hier gewoon een blanco cheque is om alles te kunnen zeggen. Want alle soorten kritiek zijn victim blaming, en dat is taboe verklaard.

Maar dit is een antwoordstukje, en dus hoort hier een antwoord op. En dat is: als je in een discussie komt waar je de slachtofferkaart moet trekken, dan ben je geen goede discussie aan het voeren. Je bent niet eerlijk naar een beargumenteerde overtuiging aan het werken. Je probeert de discussie te ontsporen. En dan had je òf niet aan de discussie moeten beginnen, als je zo zwak en geknakt bent, òf je hebt gewoon geen argumenten en je probeert je tegenstander emotioneel te bedotten. En in beide gevallen doe je iets helemaal verkeerd.

maandag 11 september 2017

Huilebalk

Meestal doe ik mijn best om mijn stukjes te schrijven over brede dingen in mijn werk, zodat je een gebalanceerd beeld krijgt van hoe mijn werk is, en ik niet telkens de afwijkende dingen overbelicht. En zelfs als ik wel over de uitschieters en excessen schrijf doe ik mijn best om dat te doen met een verhaal eromheen waardoor duidelijk wordt dat het ook een uitschieter ìs.

Mijn stukje van vandaag is niet zo, want daar heb ik vandaag gewoon helemaal geen zìn aan. Neem nou maar van mij aan dat dit stukje gaat over een vervelende uitschieter en dat hij gelukkig ver in de minderheid is, vergeleken met alle normale fijne klanten.

Ik ging naar een nieuwe klant. Het was in de middag, en het adres was op de grachtengordel, en dan op een deftiger stukje, waar er alleen gewoond wordt en alle stadsdrukte wordt weggehouden. Dat zijn toch al niet de fijnste bezoekjes, en ik had al mijn twijfels over of dit een erg vruchtbare date zou worden. Je kan aan een woning en wat je eromheen ziet al veel zien aan hoe de klant is, en dit was geen goed voorteken.

De klant bleek ook inderdaad heel erg aan het voorteken te voldoen. Een grachtengordeldier die er helemaal voor ging om een grachtengordeldier te zijn, en er prat op gaat. Bij het binnenkomen een wijntje met een naam, en een preekje over waarom hij niet "gewoon" naar de Wallen gaat. Op een manier dat je weet dat hij er alleen blozend langsgeschuifeld is, en nooit heeft gedurfd naar binnen te gaan.

Ik hoef klanten niet geweldige mannen te vinden om met ze te werken. Ik hoef ze nieteens aardig te vinden. Er zijn klanten die ik niet mag, en waar het toch prima mee werken is. Dat ik ze niet mag zou pas gaan uitmaken als er andere dingen bijkwamen waardoor ik ergens over met mijn hand over mijn hart zou moeten strijken. Maar zolang ze nette klanten zijn, hoeven ze geen aardige mannen te zijn.

Deze man was nieteens onaardig. Hij was mijn type niet, maar ik vond hem bestwel okee. Toen nog wel in elk geval. Ik paste me een beetje aan aan wat hij zocht, en hij kwam goed op gang. Hij had goed naar mijn foto's gekeken, en ik had in elk geval het lijf wat hij zocht, dat was wel heel duidelijk. Het was ook snel duidelijk wat hij wilde dat ik deed, en wat voor illusie ik moest scheppen. Dus ik was snel op dreef.

En toen begon het condoomgezeik.

Ik maak altijd heel duidelijk dat ik alles safe doe. Ik neuk en pijp met condoom, en ik werk gewoon hygiënisch. In mijn soort werk moet je goed voor jezelf zorgen, en als ik niet veilig zou werken, zou ik bestwel snel een SOA oplopen. Doordat ik goed op mijn hygiëne let, heb ik sinds ik netjes alles safe doe helemaal niets opgelopen. Dat is gewoon verstandig, en dat gaat om mijn gezondheid.

Zoals veel condoomzeikerds vond ook deze man dat ik overdreef, en dat ik veel te moeilijk deed over de condooms. Iedere keer als een man over condooms begint te zeiken moet ik even tot tien tellen, want het is iets waar zó vaak over gezeken wordt, dat het bij elke nieuwe man voelt alsof hij al die vorige keren niet genoeg vond, en het nòg een keertje over gaat doen. Maar voor hem is het bij mij de eerste keer, en zo moet ik het ook behandelen.

Ik geef alle mannen die over condooms zeiken één kans. Ik leg ze lief en duidelijk uit hoe het zit, alsof ze gewoon niet weten dat condooms nodig zijn om SOA te voorkomen. Ik doe soms ook alsof de condooms mijn enige anticonceptie zijn, ookal houdt dat heel weinig mannen ook echt tegen. In ieder geval maak ik duidelijk dat het geen keus is. Of hoogstens kiezen voor condooms of naar huis.

Als er daarna nog doorgezeken wordt dan vind ik niet dat ik moet blijven doen alsof ik een goed humeur heb. Dan krijgen ze nog steeds hun dienst als ze willen, maar ik ga het flink zakelijker aanpakken, en de vriendelijkheid is er wel af. Gaan ze ècht dwarsliggen, dan krijgen ze de keus om erover op te houden en toch hun dienst te krijgen, of ga ik weg. Met de betaling, want ik kwam netjes leveren wat ik beloofd had.

Zover kwam het met deze klant nieteens. Zo gauw ik hem verteld had dat ik niets zonder condoom deed, en nog met mijn eerste riedeltje bezigwas om uit te leggen dat ik dat voor mijn gezondheid deed, kreeg hij een uitdrukking op zijn gezicht die ik eerder verwachtte bij een vierjarig jochie dat hoort dat hij niet nog een ijsje mag. Ongelovig, met boos vuur in zijn ogen, een opgetrokken neus, neergehaalde mondhoeken, open mond. Een duivelskoppie.

Even was het helemaal stil, en toen begon hij met lange uithalen, hardop te huilen. Niet het gesnik van een man die het teveel wordt, maar het blèrende gehuil van een kleuter die iets niet mag. Met diep inademen, zonder gesnik, en dan met een open mond en het rooie hoofd een beetje naar boven zo hard uithalen als hij kan. Dikke tranen die over zijn rood aangelopen wangen liepen. Ik kon zijn kronen tellen.

Het was pervers. Die man stond daar een lawaai te maken wat de buren móéten hebben gehoord, dat mijn oren ervan pijn deden. Als iemand gaat huilen ben je meestal meteen sympathiek naar ze toe, maar zoals hij blèrde kon ik er echt geen sympathie voor opbrengen. Het wekte juist een diepe afkeer in me op. Bij een klein kind is het al ongepast, en vertel je ze dat ze er niet zo'n toneeltje van moeten maken, maar bij een volwassen man met grijze krulletjes is het gewoon pervers.

Even dacht ik nog dat ik misschien hier een fetisj tepakken had die ik eerder had gemist. Mensen kunnen de raarste dingen met seks verbinden. Maar al heel snel bleek dat een verloren hoop. Het janken ging mìnstens een minuut door, en dat is ruim lang genoeg om even helemaal over je schok heen te komen en je af te gaan vragen wat je nu weer in je handen hebt, en wat je ermee moet.

Het was aan zijn lichaamstaal, en vooral de onwillekeurige lichaamstaal, al wel duidelijk dat dit geen fetisjbeleving voor hem was, maar ik dacht dat hij misschien wel zijn fetisj aan het uitproberen was, maar nog te gespannen was om er echt "in" te komen. Dat komt soms voor, en ookal was ik aardig afgekoeld van dit toneeltje was ik nogwel professioneel genoeg om er wat van te proberen te maken.

Ik probeerde de verschillende manieren dat zo'n fetisj meestal loopt. Troosten, negeren, moederlijk rechtzetten, maar hij reageerde niet. Als er niet meteen een reaktie is, komt dat ook niet meer. Het idee dat hij hier een potje stond te fetisjen glipte door mijn vingers, en het begon me tochwel duidelijk te worden dat we hier niet meer met iets moois bezigwaren.

Hij werd niet kalmer, zoals je wel wordt van eens goed huilen, maar hij hield wel op met zijn gebrul. Toen kwam er met een afgeknepen stem en een grachtengordelaccent een serie lelijke verwensingen uit. Ik had hem afgepakt dat hij eens lekker mocht genieten, en van andere meisjes mocht hij wèl zonder condoom, en nu had ik de sfeer verprutst, en hij had het al zo zwaar omdat hij zo belangrijk was.

Ik probeerde met hem te praten. Ik wou nog professioneel zijn, ookal vind ik achteraf dat ik daar al een punt achter had moeten zetten toen we hier gekomen waren. Hij luisterde naar geen woord, en maakte me uit voor alles wat mooi en lelijk is. Hij vond me maar een preutse trut die nog lelijk was ook, en ik was arrogant, tendentieus, een antisemiet, dom, provinciaal, een fan van Jantje Smit, gemeen, en ik stemde vast Wilders. En nog wel meer wat ik niet allemaal kon onthouden.

Daarna hield hij eindelijk op met janken en plofte op zijn bank. Nou dat hij eindelijk niet meer recht voor me stond nam ik de kans even om mijn tieten weer in mijn jurkje te wippen. Hij zat even uit te puffen, veegde zijn tranen weg, en ging weer terug naar het typische grachtengordeldier wat ik eerder zag. Intussen was het duidelijk dat het niet een wip ging worden, want ik kan gewoon niet werken met zoiets.

Opeens, terwijl ik stond te bedenken hoe ik dit ging afronden, vertelde hij me bits dat ik nog een kans kreeg om het nu goed te doen, en dat hij dan een uur extra gratis wou. Als ik het zo op zit te schrijven moet ik dan een beetje grijnzend lachen, toen vond ik dat echt gewoon een misselijke opmerking. Maar als je íéts van hoererij leert, is het wel om je grenzen aan te geven, en daar was het nu hoogste tijd voor.

Ik vertelde hem dus, terwijl ik mijn spulletjes snel bijelkaar greep, dat het zo genoeg was, en dat ik wegging. Ik hoef me niet zo te laten behandelen. Dan moet je niet op zijn reaktie wachten. Veel groene meiden gaan toch in een soort discussie als ze besluiten om weg te gaan, en dat is nergens voor nodig, en nietzo slim. Als je een chauffeur hebt is dat het moment om hem te bellen om je af te halen, en ik wenste toen best dat ik er eentje had.

Sinds ik escort heb ik geen beveiligers meer. Die had ik in mijn werkflatje wel, maar nu zou ik met een chauffeur moeten gaan werken, en dat zie ik niet zitten. Het kost toch bestwel geld, je moet je werk op elkaar afstemmen, ik wil eigenlijk helemaal zelfstandig zijn, en het belangrijkste is misschien nogwel watvoor risico's daar ook weer aan vastzitten. Want een chauffeur en een pooier zijn voor de overheid hetzelfde. Dat kan ik zo'n vent niet aandoen.

Nu moest ik het maar weer zelf redden. Dat is niet zo'n groot probleem, want je hebt haast nooit een vent nodig, vooral als je toch noodgedwongen de risicoklanten maar moet laten. Met deze klant was het ook nietzo nodig, dat was ik toen gelukkig ookal gerust over. Ik maakte mezelf weer netjes, en hij was even van zijn stuk. En begon toen op hoge toon me weer voor rotte vis uit te maken. Toen ik eenmaal naar de trap liep, eiste hij zijn geld terug.

Dat feest gaat niet door. Als een vent betaald heeft komt er alleen geld terug als ìk iets doe waardoor de wip niet goed gaat. Ik ben daar meestal heel makkelijk mee. Als ik het niet kan, of als ik iets verpruts, dan komt er korting of geef ik gewoon alles terug. Ook het voorrijgeld. Je kan klanten het niet maken om ze te laten betalen voor wat je niet of niet goed genoeg levert. Dat is trouwens meer een voornemen dan dat het me echt gebeurt. Maar als de klant het verprutst, is het geld van mij.

Je moet daar ook gewoon niet over in discussie gaan. Ik liep gewoon weg, en ìk was weer netjes, hij had zijn kleren nog helemaal netjes te maken. Dus ik wist wel dat ik de straat op kon, en hij me dan niet achterna zou komen. Hij dreigde wel wat, maar dat deed hij door vanuit zijn woonkamer de trap af te schreeuwen, en brulde nog na dat hij hoopte dat ik snel vermoord zou worden, want niet elke klant zou zo netjes zijn als hij.

Ik ben stevig weggestapt van zijn huis, en heb mijn autootje gepakt. Onderweg naar huis heb ik van de frustratie de hele omzet van die date aan snelheidsboetes opgemaakt. Er is iets aan dat soort mensen, die er zo van overtuigd zijn dat ze overal hun zin mee horen te krijgen, dat me gewoon ontzettend boos maakt. Want dat was het ergste wat me aangreep. Zijn idee dat hij recht had om zich zo te gedragen.

De rest van die dag, en ik had nog twee klanten gepland, had ik een rothumeur en was ik compleet afgegeild. Ik zat vooral slimme one-liners te bedenken die ik als antwoord had kunnen gebruiken op alle beledigingen die ik naar mijn hoofd had gehad. Ik vond het rot voor de klanten die na hem kwamen, want als ik een goeie bui heb komt dat toch wel door mijn werk naar voren, en die moesten nu tekortkomen door die ene lul zonder fatsoen.

Je zit dan in de dagen daarna te wachten tot zo'n type gaat terugbellen met scheldpartijen. Of een slechte recensie van je neerzet. Dat doen ze namelijk, daar zijn het van die gekwetste types voor. En ik vond het heel opvallend dat dat maar niet gebeurde. Ik was in het begin er een beetje paranoia over, want dat hij níéts zou doen kon ik niet geloven. Dus wat voerde hij dàn in zijn schild?

Dus daar heb ik wat over gebabbeld met mijn helpers, en binnen een half uur had mijn internetgoeroe ontdekt wat er was gebeurd. De man had verkeerd onthouden wie hij had gebeld. Veel mannen zoeken maar met één hand naar hun meisje, en letten nietzogoed op welke ze uiteindelijk kiezen. Ze bellen ook verschillende meiden, en dan is een verwisseling snel gemaakt. Hij had een hele boze recensie over een andere meid geschreven.

En nu kan ik over hem schrijven zonderdat hij weet wie ik ben. Meestal pas ik erg op met herkenbaarheid, want ik weet ook heel goed dat ik bij sommige mensen met teveel macht helemáál niet populair ben. Maar als hij zo duidelijk niet meer weet wie ik ben, hoef ik me daar deze ene keer niet zo'n zorgen over te maken. Dus dat geeft mij de kans om eens een voorbeeld te geven van zo'n gekwetste rukker, die beter kan gaan gillen tegen zijn hand.

maandag 4 september 2017

Antwoord op: Ik kan me niet voorstellen...

Als argument krijg je dit soort uitspraken niet. Het is een emotionele oproep, zonder argument. Je hoort hem weleens langskomen in gesprekken, of in een klein zinnetje halverwege een artikel, maar het wordt meestal meer bedoeld als steun voor de rest van het verhaal dan als het diepe argument dat het eigenlijk is. Want als je gaat ontleden wat de argumentatie van veel mensen zonder winstoogmerk is, dan kom je erbij terecht dat dit gevoel eronder zit dat ze zich tegen sekswerk uitspreken.

Je komt het tegen als "Ik kan me niet voorstellen hoe erg het moet zijn om al die vieze oude kerels af te werken." Of "Hoe hoog moet het water niet aan je lippen staan om de beslissing voor dit werk te nemen?" Of "Het is niet voor te stellen dat iemand dat vrijwillig zou gaan doen." Of alle andere uitspraken waarin iemand uitspreekt dat ze niet gelooft dat we tevreden met onze keus kunnen zijn, omdat zij het gevoelsmatig zich niet voor kan stellen dat zij dat zou zijn.

Maar ook wanneer het gaat om "Ik kan me niets voorstellen bij je afkeer tegen de politie" of "Ik kan niet geloven dat het klopt wat je zegt." Zinnen dus die erover gaan dat wat je ze vertelt iets is waar ze niet op hun gemak mee zijn om te erkennen dat het zo kan zijn. Dat hoor je veeltevaak, en veeltevaak als je goede argumenten hebt gebruikt om hun ideeën aan het wankele te brengen.

Waar het op neerkomt is dat de spreker zich "niet kan voorstellen" om sekswerk te doen, en "niet kunnen voorstellen" betekent dat ze het een naar of eng idee vindt om zich voor te stellen om het werk te doen. Haar normen, waarden en inschattingen botsen met wat we doen. Daarom concludeert ze dat iedereen anders diezelfde botsing zal ervaren, en het dus ook naar en eng zal vinden. Dus is er geen sprake van dat wij het wel goed werk vinden. Als zij het niet kan indenken, kan niemand dat

Mijn antwoord is: Dingen die jij je niet voor kan stellen bestaan. Hoe beperkt je inlevingsvermogen is wil niets zeggen van wat er allemaal gebeuren kan in de wereld.

Toen ik een klein meisje was, en net een paar weken op de basisschool zat, heb ik eens een gesprek gehad met mijn vader. Die wou weten waarom ik boos was, want ik was stierlijk tegen mijn ma geweest. Ik vertelde hem dat ik het zat was om elke dag weer zo lang stil te moeten zitten, en te moeten lezen en schrijven. Dat had ik helemaal gehad, en ik vond het veel te veel. Ik wou in de poppenhoek, of gewoon met mijn vriendinnen rennen en gillen, en niet moeten lezen en schrijven.

Hij vertelde me toen dat hij elke dag van 's ochtends tot 's avonds leest en schrijft, en dat hij helemaal geen tijd besteedt aan rondrennen en gillen. Dat dat gewoon hoort bij groot worden. Hij bedoelde het om me uit te leggen dat ik er nogwel aan zou wennen. Maar een kwartiertje later kwam ik papa huilend omhelzen, want ik vond het zó zielig dat hij de hele dag lezen moest!

Dat is natuurlijk een koddig verhaaltje. Het is wel echt waar trouwens. We vinden het alleen koddig omdat we een kindje zien die heel beperkt is met wat ze kan begrijpen dat andere mensen belangrijk vinden, die wat een ander doet op haar eigen onontwikkelde leefwereldje plaatst. Dat begrijpen we allemaal wel. Maar veel mensen kunnen zichzelf niet zo zien, en vinden stiekem hun waarden en denkbeelden volmaakt en àf.

Niet alleen als het om sekswerk gaat natuurlijk. Er zijn heel veel mensen in de wereld die andere dingen belangrijk vinden, en het is soms best even werk om je blik zo breed te maken dat je je in kan voelen in iemand met andere waarden. Dan is het makkelijker om ze te veranderen in stereotypes, of om te doen alsof ze dom, onontwikkeld of geestelijk niet in orde zijn. Dan hoef jij je blik niet te openen, en is het hùn fout dat ze er niet inpassen.

Het is een bekende drogredenering. Hij wordt wel de argument from personal incredulity genoemd. Dan gebruik je dat je het niet gelooft of niet begrijpt als argument dat het dan ook niet wáár is. Dus hoe dommer je bent, hoe makkelijker je de discussie beslist. Dat leidt natuurlijk snel naar iets wat wel tactical stupidity heet, vooral in het openbare debat. Lekker dom zijn wordt helaas veel geaccepteerd als argument.

Ergens waar deze heel vaak langskomt, en waar hij ècht niet op zijn plek is, is de rechtzaal. Ik moet zo vaak in vonnissen en in rechtbankverslagen lezen hoe rechters op hun beperkte inlevingsvermogen worden aangesproken door ze voor te leggen dat zij toch óók niet zich voor kunnen stellen dat een meisje van zeventien zoiets vies en engs en gevaarlijks en goedkoops en onplezierigs als hoererij zou gaan doen? En steevast komt dat terug in vonnissen.

Het wordt gebruikt om dwang aan te tonen. De rechter kan zich namelijk niet inbeelden dat het meisje het een goed idee vond, dus moet ze zijn misleid, gedwongen, geestelijk in de war zijn gebracht. Hij is bereid heel rare verhalen te slikken om maar niet aan het idee te hoeven dat ze andere keuzes maakt dan hij vanuit zijn nostalgische herinneringen aan zijn jeugd zou accepteren. Nee, het moet wel misleiding of trauma of loverboytechnieken zijn.

Mensen kunnen anders zijn dan jij. Mensen kunnen hele andere dingen belangrijk vinden, hele andere dingen fijn vinden, en hele andere dingen wìllen. Ze kunnen ook meer geleerd hebben dan jij, beter weten hoe risico's staan dan jij, beter weten hoe ze met dingen om kunnen gaan dan jij. En als jij dat niet wil erkennen, dan is dat niet dat zij zielige mislukte levens leiden, dan ben jij gewoon gevangen in je eigen oogkleppen.

maandag 28 augustus 2017

Superintelligente meiden

Lang geleden schreef ik aleens een stukje over intelligente mannen. Die kom ik regelmatig tegen in mijn werk, en sinds ik anders ben gaan werken is dat alleenmaar meer geworden. Maar niet alleenmaar mannen zijn intelligent, ook tussen mijn collega's zitten er superintelligente meiden. Daar heb ik pas sinds ik met mijn blog mijn netwerk heb opgebouwd veel contact mee, want ze zijn heel goed in zich verstopt houden.

Hoeren heb je van jong tot oud, van dik tot dun, van arm tot rijk, van dom tot slim. Maar we zijn geen doorsnee van de samenleving. Je hebt meer meiden die niet lekker in het huisje-boompje-beestje passen die het werk gaan doen, ookal zijn die evengoed in de hoererij in de minderheid als in het gewone leven. Ze zijn gewoon oververtegenwoordigd. Netzoals kunstenaars, LGBTQ-mensen en meiden met sociale aanpassingsproblemen. Buitenbeentjes gaan vaker hoeren.

Dat geldt niet zo voor superintelligente meiden. Die zijn meestal heel goed in het huisje-boompje-beestje, en kunnen zich prima aanpassen. Zelfs als ze van de norm afwijken, en niet lekker van nature in het gewone relatiedenken met het gewone normenpatroon passen, kunnen ze met hun intelligentie het verschil wel goedmaken. Ze zijn vanbinnen soms hele rare types waarvan niemand weet hoe afwijkend ze eigenlijk zijn.

Maar het is ook andersom. Superintelligente meiden die zonder problemen in het huisje-boompje-beestje passen gaan wèl ook andere manieren verkennen om hun leven te leiden. Met die intelligentie hebben ze genoeg zelfredzaamheid om risico's te nemen die andere mensen niet aandurven, en over hun grenzen en horizons te kijken. Vooral omdat ze van zichzelf beseffen dat ze die grenzen en horizons hèbben.

Je eigen beperkingen herkennen en er wat mee doen, dat is denk ik waar je aan kan zien dat iemand echt intelligent is. En dat ze beperkingen zien en veranderen die de meeste mensen zó normaal vinden dat ze er zelfs nooit aan zouden dènken als iets wat veranderd kàn worden, daaraan herken je wel de superintelligente meiden. Maar die laten het je ook wel zien door gewoon alle dingen te doen die je van bollebozen verwacht.

Ze zijn oververtegenwoordigd in de hoererij. Haast altijd in de escort, vaak internationaal werkend, mobiel, nomadisch, en opvallend vaak èrg jong begonnen. Vrijwel allemaal zijn ze studenthoeren geweest. En ze blijven niet stilzitten, want ze gaan zich razendsnel vervelen. Voor je het weet hebben ze het in een niche wel weer gezien en gaan ze door naar een ander moeilijk werkveld. Want moeilijke dingen, dat trekt ze aan.

Ik heb wel gehoord dat fulltimers bestaan, maar ze zijn meestal parttime sekswerkers en de rest van de tijd runnen ze soms een gezin, en bijna altijd een vette baan. Dokters, advocaten, wetenschappers, architecten, chemici, bankiers, programmeurs, wiskundigen, certifiers, industrial troubleshooters, en bijna altijd op posities waar hun leidinggevenden ze vooral hun gang laten gaan. Het hoeren is eigenlijk altijd meer een soort hobby, of misschien meer een roeping.

Ze leven een dubbelleven. Soms zelfs een driedubbelleven. Als je hoererij wil combineren met een normaal burgerleven is dat de manier om de meeste vrijheid te houden, en het extra werk in je kop dat daarbij komt kijken is voor meiden die zo slim zijn een leuk puzzeltje inplaatsvan een hoofdpijnprobleem waar je je de hele tijd druk over maakt. Maar over dubbellevens komt nog wel een apart stukje binnenkort.

Een goede baan hebben betekent natuurlijk dat ze het geld eigenlijk niet nodighebben. Ze vinden wat extra cash wel leuk natuurlijk, vooral die types die als wetenschapper werken of op andere plekken waar je weinig betaald krijgt, maar het avontuur is voor die meiden veel belangrijker dan de inkomsten. Die willen niet gewoon een routine draaien en binnen de lijntjes kleuren, die willen juist in nieuwe dingen duiken.

Die meiden werken dus ook allemaal illegaal. Als je een dubbelleven moet leiden zit er niets anders op. Bovendien vinden ze de extra vrijheid van de illegaliteit heel belangrijk. De overheid heeft het toch al niet zo op meiden die rondtrekken en dingen op hun eigen manier doen, dus in de legale sector zouden ze toch al niet welkom zijn, en binnen een vloek en een zucht op de lijst bij Comensha staan. En met naam en toenaam in de politiecomputers, wat toch wel veel erger is.

Ze zijn op zichzelf, maar ze zoeken onderling wel contact. Meestal via internet. Ze zijn dan wel een klit meiden die vooral met elkaar mailen, want als je niet net zo werkt als zij hou je ze gewoon niet zo bij, en zijn ze nietzo geïnteresseerd. Ze hebben wel ereplaatsjes voor ontzettend ervaren vrouwen die gewoon veel ervaring te delen hebben, maar als je niet op hun level zit, dan kan je het schudden.

Als ik mijn blogje niet had, zou ik dus ook geen contact met ze hebben gehad. Zij zoeken nu contact met me omdat ze waarderen wat ik met mijn blogje doe. Andere meiden schrijven me weleens enthousiast dat ze wat van mijn blogje hebben geleerd, maar die superintelligente meiden zitten al een heel stuk hoger. Daar zou ik van kunnen leren, als ik maar wat beter snapte waar ze het over hadden.

Het gaat dan nieteens om kunstjes en truukjes leren, of iets om mijn werk beter en winstgevender te maken. Het belangrijkste wat ik graag van ze zou willen overnemen is hoe brutaal en nieuwsgierig ze zijn. Ze laten zich niet afschrikken, en ze houden niet vast aan wat ze hebben, zelfs niet aan wat ze hebben opgebouwd. Dat is misschien alleenmaar zelfvertrouwen, maar dat zelfvertrouwen kan er zijn door een enorme kracht om zichzelf te veranderen.

Ik luister graag naar hun verhalen. Ik graaf niet door als ik me iets niet kan voorstellen, want ze zitten er helemaal niet op te wachten om dat wéér uit te leggen. Ik ben er soms best een beetje geïntimideerd door. Ze maken alleen meer mee dan ik, en hebben er betere verhalen over. Soms krijg ik ook het idee dat ik netzoveel tegenkom in mijn werk als zij, maar dat ik gewoon een stuk niet zíé. Als ze vertellen kan ik met ze meekijken als het ware.

Met al die dingen die ze van hun leven gemaakt hebben, en al die horizons waar ze overheen gekeken hebben, ben ik eigenlijk best jaloers op ze. Maar aan de andere kant baal ik nu al regelmatig dat mijn klanten niet genoeg snappen wat er gebeurt om te waarderen watvoor kwaliteit ze krijgen, en die meiden hebben dat nog veel meer dan ik. En dat benijd ik ze echt niet.

maandag 21 augustus 2017

Antwoord op: Zo simpel is het niet!

Als je in discussie bent gegaan met mensen die hoererij maar niets vinden, is het je vast weleens gebeurd dat je met ontzettend voor de hand liggende argumenten hebt laten zien dat hun verhaal van geen kant klopt. Dan krijg je heel vaak het antwoord dat het niet zo simpel is, of dat het natuurlijk veel ingewikkelder is, of dat je hun mening niet zo makkelijk kan afdoen.

Dat is een flauwekul-standpunt.

Het klinkt heel logisch om een ingewikkelde toestand als de verhalen rondom een gestigmatiseerde en niet begrepen bedrijfstak als de onze niet met een paar simpele argumenten helemaal te kunnen omschrijven. Het is een ingewikkeld iets, waar je flink met nuances en met brede blik naar moet kijken. Een simpel beeld kan nooit goed kloppen met een ingewikkelde werkelijkheid.

Maar dat is hier niet aan de hand. Als er met een paar simpele argumenten al kan worden bewezen dat het beeld van je tegenstander niet kan kloppen, dan maakt het niet uit hoe simpel of ingewikkeld en genuanceerd zijn beeld is. Je hebt net simpel laten zien dat het niet klopt. Argumenten zijn op hun simpelst juist het sterkst. Dan zijn ze duidelijk en hanteerbaar. Dan verstoppen ze zich niet door ondoordringbaar en onnodig ingewikkeld te zijn.

Stel nou dat ik een dik boek schrijf, waarin ik beschrijf hoe de wereld werkt, en hoe de mensen op die wereld met elkaar om moeten gaan. Ik ga op elk detail in, en ik schrijf met alle voors en tegens, en alle overwegingen die je maar kan bedenken. Maar ik baseer dat hele boek op het idee dat mensen niet met elkaar kunnen praten. Dan is het genoeg om te laten zien dat mensen wèl kunnen praten, om mijn hele boek kachelpapier te maken. Zelfs al is dat argument een heel simpel zinnetje, en mijn boek jarenlang bollebozen geweest.

Meestal is het dan ook helemaal geen argument dat eerlijk bedoeld is. Meestal is het een vermomde versie van "je bent naïef." Dan proberen mensen niet om te zeggen dat je argument te simpel is en de werkelijkheid geen recht doet, maar proberen ze te doen alsof jij te simpel bent om te snappen hoe het is. En dat hoort in een eerlijke discussie niet thuis. Vooral niet als je net met een simpel argument je tegenstander hebt gelogenstraft.