maandag 21 augustus 2017

Antwoord op: Zo simpel is het niet!

Als je in discussie bent gegaan met mensen die hoererij maar niets vinden, is het je vast weleens gebeurd dat je met ontzettend voor de hand liggende argumenten hebt laten zien dat hun verhaal van geen kant klopt. Dan krijg je heel vaak het antwoord dat het niet zo simpel is, of dat het natuurlijk veel ingewikkelder is, of dat je hun mening niet zo makkelijk kan afdoen.

Dat is een flauwekul-standpunt.

Het klinkt heel logisch om een ingewikkelde toestand als de verhalen rondom een gestigmatiseerde en niet begrepen bedrijfstak als de onze niet met een paar simpele argumenten helemaal te kunnen omschrijven. Het is een ingewikkeld iets, waar je flink met nuances en met brede blik naar moet kijken. Een simpel beeld kan nooit goed kloppen met een ingewikkelde werkelijkheid.

Maar dat is hier niet aan de hand. Als er met een paar simpele argumenten al kan worden bewezen dat het beeld van je tegenstander niet kan kloppen, dan maakt het niet uit hoe simpel of ingewikkeld en genuanceerd zijn beeld is. Je hebt net simpel laten zien dat het niet klopt. Argumenten zijn op hun simpelst juist het sterkst. Dan zijn ze duidelijk en hanteerbaar. Dan verstoppen ze zich niet door ondoordringbaar en onnodig ingewikkeld te zijn.

Stel nou dat ik een dik boek schrijf, waarin ik beschrijf hoe de wereld werkt, en hoe de mensen op die wereld met elkaar om moeten gaan. Ik ga op elk detail in, en ik schrijf met alle voors en tegens, en alle overwegingen die je maar kan bedenken. Maar ik baseer dat hele boek op het idee dat mensen niet met elkaar kunnen praten. Dan is het genoeg om te laten zien dat mensen wèl kunnen praten, om mijn hele boek kachelpapier te maken. Zelfs al is dat argument een heel simpel zinnetje, en mijn boek jarenlang bollebozen geweest.

Meestal is het dan ook helemaal geen argument dat eerlijk bedoeld is. Meestal is het een vermomde versie van "je bent naïef." Dan proberen mensen niet om te zeggen dat je argument te simpel is en de werkelijkheid geen recht doet, maar proberen ze te doen alsof jij te simpel bent om te snappen hoe het is. En dat hoort in een eerlijke discussie niet thuis. Vooral niet als je net met een simpel argument je tegenstander hebt gelogenstraft.

maandag 14 augustus 2017

Mentors

In mijn mail krijg ik bestwel veel meiden die aan het begin van het werk staan. Studentes vooral, maar ookwel gewoon meiden die de bijstand niet zien zitten, of die onafhankelijk van hun vent of hun ouders willen worden zonderdat ze daarvoor een duidelijke andere manier hebben. Een hoop hebben te grote verwachtingen, en moet ik dus teleurstellen over hun doelen, maar er zijn sommige meiden die nog steeds door willen gaan als ik ze verteld heb hoe het werkt.

De meeste meiden raad ik aan om een mentor te zoeken. Ik hoor namelijk dat ze wegwijs gemaakt moeten en willen worden door iemand die persoonlijke aandacht voor ze heeft. Daar had ik zelf ook veel nut van, en ik heb nu een mentor die ik maar wàt graag vanaf het begin al had gehad. Ik kan namelijk nog steeds een mentor goed gebruiken. En dat is niet omdat ik onervaren ben, want ik heb het nu al langer gedaan dan heel veel collegaatjes.

Als je begint weet je nog van niets. Je staat op het punt om heel veel fouten te maken, en sommige van die fouten zijn een groot probleem als ze gebeuren. Voordat je een poos werkt heb je namelijk geen idee van hoe de business voor je werkt, en hoe hij voor jóú gaat werken. Een ervaren mentor kan een heleboel vervelende dingen te vlug af zijn, en zorgen dat je dingen op een fijnere manier leert dan door slechte ervaringen.

De mentorband is speciaal. Meestal ga je met collegaatjes niet open om. Je kan met ze dollen, lachen en feesten, maar ze zijn uiteindelijk toch concurrenten, en je geeft jezelf niet zomaar open. Je weet dat het harde tantes zijn, die best calculerend kunnen kiezen om je als een baksteen te laten vallen. Hoeren vertrouwen andere hoeren niet zo makkelijk. Maar dat is anders met een mentor.

Een mentor ontfermt zich over je, en je bent wel open naar haar toe. Zij vaak ook naar jou, al weet ik van mentors die afstand houden. Het is een hele speciale band, en het rare is dat het vanzelf gaat. Er is niets geforceerds aan, het gebéúrt gewoon op een bepaalde manier. Je rolt erin, want het is iets wat heel gewoon en natuurlijk voelt als het eenmaal gebeurt. Zelfs al moet de mentor er vaak wel een momentje over twijfelen, of ze het wel op wil nemen.

Zelfs meiden waarvan je zou denken dat ze over lijken gaan, en die harder zijn dan ijzer, kunnen zich soms opeens naar een collegaatje ontpoppen als een mentor. Dat ziet er soms heel raar uit, en er wordt dus ook veel over geroddeld dat er wel iets achter moet zitten. En toch heb ik nog nooit gezien dat er echt iets calculerends inzit. Dat blijken dan telkens gewone mentorrelaties te zijn, en die wèrken gewoon, ookal is het nog zo onverwacht.

Normaal is het hoerenwereldje net een zak katten. Je krijgt altijd meer ruzie dan dat we samenwerken, en het is meer elkaar tolereren dan dat we blij met elkaar zijn. Dat hoort er nou eenmaal bij denk ik. Vrouwen zijn toch al kliek-mensen, en we zijn zó bezig met elkaar gluiperig vliegen afvangen dat het niet raar is dat mannen de wereld runnen. Die zijn geen haartje beter, maar ze doen veel minder stiekem naar elkaar. Die slaan elkaar de kop in en dan is het af. Hoeren gaan voor super-vrouwelijk-zijn, en dit is één ding waar we dus ook veel last van hebben.

Een mentor geeft je veel. Ten eerste is het iemand die je gewoon kan vertellen hoe je de simpele dingen moet doen, om je werk te kunnen doen. Wat er verwacht mag worden, wat je moet eisen en wat je moet geven, hoe je je zaak beheert. Je kan met je vragen en problemen ergens aankomen, en dat is superveel waard. Er zijn veel dingen die het werk werk maken, en dat moet je ergens leren.

Je hebt aan een mentor ook veel om je eigen draai te vinden. Die kan met je meedenken over hoe je het werk kan gaan doen, en ookal groei je misschien van haar af, het begin is het moeilijkste, en daar is ze heel nuttig. Het werk is veelzijdig, en je hebt een boel aan een vrouw die er gewoon meer van gezien heeft, zodat ze jou wegwijs kan maken in soorten sekswerk die je niet eens had bedacht dat ze bestaan.

Mentors kennen mensen. Meestal niet heel veel mensen, maar meer dan waar jij zelf mee begint. Dus als je weg wil bij je club, of in een andere soort branche van de prostitutie wil gaan werken, heeft zij meer kennis van waar je heenmoet, en mentors kunnen een goed woordje voor je doen. Dat is belangrijk omdat je niet makkelijk serieus genomen wordt als groentje. Als je iets speciaals wil, waar vertrouwen bij nodig is, is een mentor een zegen.

Het is heel belangrijk dat een mentor je ook emotionele steun geeft. Aan je collegaatjes vertel je nietzo snel dat je dingen niet aankan, en aan mensen van buiten al helemaal niet. Je collegaatjes laat je dan zien dat je opzij te duwen bent, en als je het aan bijvoorbeeld clubbazen vertelt, proberen die in paniek van je af te komen, voordat ze van mensenhandel worden verdacht.

Klanten zijn heel meelevend, en die zullen proberen om te helpen, maar hebben geen idee wie je echt bent en hoe het werk echt voor je is. Die halen niets uit, en kunnen zelfs om je te helpen naar de hulpverlening of de politie gaan, en dan ben je helemáál in de aap gelogeerd. Die kan je maar beter zo weinig mogelijk laten zien, want wat je per ongeluk al laat zien is vaak al een probleem.

Je mentor staat alleen echt aan jouw kant, en begrijpt ookwel dat je het soms moeilijk hebt. Die heeft het ook allemaal meegemaakt. Vooral als de afkeuring en haat van de maatschappij aan je gaat knagen, is ze een goede hulp. Want iedereen onderschat in het begin hoe zwaar dat gaat zijn, en je weet eigenlijk niet goed wat je overkomt als je eenmaal gaat voelen hoe gestigmatiseerd je bent.

Werkgerelateerde emotie is niet het enige waarvoor je naar je mentor kan. Die luistert ook naar je als je vertelt over ruzie met je pa, of dat je kat ziek is. Ze is je steunpunt, en niet alleen een steunpunt voor jou als nette dochter en buurvrouw, maar steunt je ook terwijl ze begrijpt hoe het in je werk meetelt. En netzoals het belangrijk is iemand op je werk te hebben die naar je luistert, hoeveel vrienden je ook hebt, in sekswerk is dat niet anders.

En natuurlijk ook de combinatie van die dingen hierboven, bijvoorbeeld als je ruzie hebt met een collega en haar even niet kan luchten of zien, dan word je even rechtgezet en krijg je advies hoe je het op moet knappen. Soms door je te troosten en wat tips te geven om de overhand te krijgen, soms met wat wijze raad over dat jij je zelf wat beter zou moeten gedragen. Want een echte mentor is niet zuinig met eerlijke kritiek.

Iets wat mentors je níét geven, is het invullen van de pooierrol. Dat zeg ik erbij, omdat veel mensen de fout maken om te denken dat mentors ookwel pooiers zijn, of pooiers ookwel mentors zijn. Die halen dat doorelkaar, terwijl ze juist op bijna alle mogelijke manieren verschillend zijn. Vooral de politie en het OM vermengen die rollen, maar in dat geval is het gewoon omdat ze die dingen wìllen verwarren.

Een pooier heeft een seksuele relatie met je. Zelfs als hij je niet neukt, de seksuele spanning stuurt heel veel van jullie relatie. Dat hij een man is en jij een vrouw is echt superbelangrijk. Een mentor houdt juist seksueel afstand, en hoort wel graag over je avonturen, zoals een vriendin zou doen, maar maakt geen spanning met je. Ook niet als ze er zo eentje is die wel met collegaatjes aanrotzooit.

Pooiers hebben vooral de taak om je te motiveren. Om je door je hoerenluiheid heen te helpen, en je over je werk gebogen te houden. Ze controleren of je er wel hard genoeg voor gaat, en ze nemen geen genoegen met smoesjes. Een mentor vindt het juist jouw verantwoordelijkheid, en als jij niet naar haar komt om je problemen op te lossen, zal zij je er niet op wijzen of er iets aan doen. Hoogstens vraagt ze je of je wel ziet dat daar iets niet goed gaat.

Mentors krijgen niets terug behalve dankbaarheid. Ze geven je een kontje om mee te komen met je werk, proberen je te waarschuwen voor de zandbanken waarop je kan stranden, en hebben geen verwachtingen, behalve dat je eerlijk je best doet om wat goeds te doen met hun advies. Pooiers moeten profiteren van je werk. Niet alleen omdat het voor hem anders geen positieve kant heeft, maar om de machtsbalans te laten werken. Het is tegelijk zijn voordeel en jouw grip op hem.

Pooiers zorgen voor negatieve dingen om druk op je te zetten. Ze zijn bruut of gewoon dreigend aanwezig, ze laten je geen rust of duur, en ze houden stress en spanning in je leven. Mentors doen het omgekeerde. Die zijn juist helemaal veilig, die proberen je kalmte te geven, ze zijn een positieve noot in de muziek, en ze laten het helemaal aan jou over wat er gebeurt. Die sturen je eerder op vakantie.

Een mentor kent het werk. Die kan je wegwijs maken, weet wanneer je teveel of te weinig verwacht van je werk, weet hoe je problemen moet ontwarren en kan je uitleggen dat heel veel dingen gewoon gebeuren, en niet eraan liggen dat je iets verkeerd doet. Dat is heel belangrijk soms. Pooiers snappen van het werk zelf helemaal niets. Die kunnen alleen nadruk blijven leggen op dat ze willen dat je het beter doet, zonderdat ze weten dat dat soms gewoon niet beter kàn.

Als je een pooier hebt en je drukt je, dan wordt hij boos. Als jij lekker bij je ouders gaat verstoppen, of je neemt je telefoon niet op, dan kookt hij over als een pannetje melk. Kom je dan terug, dan heeft hij een boel woede te koelen, en dat zorgt voor heel intense pooiertoneeltjes. Een mentor is gewoon teleurgesteld, en als je lang genoeg je verstopt voor haar omdat je niet wil horen dat je niet alles volmaakt doet, dan hoeft ze je gewoon niet meer. Dan verzwakt je relatie gewoon.

Je ziet wel dat pooiers en mentors zo'n beetje elkaars tegenpolen zijn. Dat ziet de politie alleen heel anders. Die noemen mentors graag "lovergirls" en behandelen ze nog slechter dan pooiers. Ze worden behandeld als een soort pooier die tegelijk een verrader is, want ze zou "als vrouw" beter moeten zijn. De zedenpolitie háát mentors. Je kan dus maar beter nooit laten merken wie je mentor is. Om haar te beschermen, want een mentor verdient dat zeker.

Die haat komt niet omdat ze de mentor ècht zien als een pooier. Veel zedenagenten zijn best dikke vriendjes met pooiers. Die vinden ze kennelijk wel stoer. Mentors is een heel ander iets. Die zien ze als een soort spelbrekers. Ik weet niet waarom ze daar zo anders tegen zijn. Ze zien ze als mensen die de meisjes de gelegenheid geven om zichzelf te onteren, zichzelf te veranderen in hoerende haaibaaien.

Maar ze haten mentors vooral omdat zedenagenten zèlf de rol willen hebben van de vertrouwenspersoon, van iemand naar wie je toekomt met je vragen en je twijfels. Daarbij speelt het een grote rol dat een mentor je veel kan leren over hoe je om kan gaan met politie zodat ze veel harder moeten werken om je te kunnen verneuken. Ze wordt minder manipuleerbaar, en de politie-leugens werken niet meer, want nu weet ze beter. Als ze een mentor heeft, is ze opeens geen geil speelgoedje meer voor oom agent.

Toen ik begon, was het nog heel normaal om mentors te hebben. Niet dat je ze overal zag, en als je een broodmeid wil worden heb je maar heel weinig mentorschap nodig, maar ze waren er overal, als je ervoor openstond. Tegenwoordig is dat onwijs veel minder, want het is door alle politietoestanden heel gevaarlijk geworden om een mentor te zijn. Je hebt ze vooral in de illegaliteit nog wel, want daar is het allemaal wat minder krankzinnig.

Het is geen "instituut" meer. De hoerencultuur is sowieso verwaterd, want er is natuurlijk veel minder samenhang gekomen met het verdwijnen van de buurten, en het de instroom van zoveel Oosteuropese meiden, en dit is één van die dingen die zover verdwenen zijn dat ze geen vast iets van onze business meer zijn. Je moet het echt gaan zoeken. Zolang ik in de business zit is het al aan het verminderen, dus dat is niet heel nieuw.

Natuurlijk zijn er heel veel meiden die me mailen, die dan graag willen dat ìk hun mentor word. Die denken dat ik wel een goeie mentor zal zijn omdat ik in mijn blogje vanalles uitleg. Maar dat ben ik niet. Ik heb weleens geprobeerd om wat te mentoren, maar ik kan het gewoon niet goed. Je moet er een bepaald karakter voor hebben, en dat zit gewoon niet in me. Ik ben bijvoorbeeld veel te slap tegen mijn mentormeisjes, en dat is niet het enige dat niet werkt.

Een mentor is het leukst als je lekker een kopje koffie met haar kan doen, maar dat is onpraktisch. Er is niet veel kontakt meer waarbij dat kan, en om je mentor te beschermen is het zelfs beter om haar niet te zien, in het bijzonder in de illegaliteit. Gelukkig is er het internet, zodat je vanuit Bangkok advies kan krijgen over je lastige klant in Barneveld.

Je moet er gewoon aanleg voor hebben denk ik. Het moet in je zitten. Veel meiden hebben het wel een beetje in zich, en dus zie je wel veel mentorrelaties die één op één zijn. Dan zijn het twee mensen die aansluiting vinden bij elkaar. De mentor zou niet voor een ander een mentor zijn. Andere vrouwen hebben een soort ketting van mentormeisjes die ze helpen, maar toch eentje tegelijk. Dat is veruit het vaakst zo.

Maar je hebt ook de moederkloeken die een heel nest vol meiden mentoren, en er heel veel tijd instoppen. Ik noem ze niet zomaar moederkloeken, er zit echt iets moederigs in. Ze doen het met veel liefde, en sommige meiden zijn er gewoon ook heel goed in. En afentoe heb je een moederkloek die heel goed in mentoren is, die tegelijk ooknog een hele goede hoer is die heel goed advies kan geven. En die krijgt dan drommen meiden achter zich aan. Zo is W er ook één.

Meiden als W kunnen je advies geven, niet alleen als beginnertje, maar ook als je al door de wol geverfd bent, omdat ze zo ver in het werk opgeklommen zijn. En buiten het werk zelfs, want er is niets aan mentor-zijn wat per sé beperkt moet zijn tot sekswerk natuurlijk. Ik weet dat er mensen zijn die carrièreadvies van haar gebruiken en als een raket aan het klimmen zijn, buiten het sekswerk om. Ze is heel goed in helpen met sollicitaties en carrièrekansen maken.

Andersom is sekswerk wel nodig om een sekswerkmentor te kunnen zijn. Niet alleen omdat het telkens verandert, met de verdunning van de legale branche, de steeds heftiger wordende overheidsvervolging, het steeds verder opgestookte stigma en de banger wordende klanten, maar ook omdat mentors als ze kappen met het werk gewoon beginnen te vervagen. Ze raken hun gevoel voor het werk kwijt, en dat merk je heel erg aan hun advies.

Mentors zijn iets speciaals, en iets waardevols. Iets moois wat het fijner maakt in het werk, en wat je veel steun biedt. Ik koester dat. Ik hoop dat het niet opnieuw moet worden uitgevonden voor de volgende generaties, maar als ik zo kijk naar hoe die relaties ontstaan, lijkt het wel iets spontaans. Iets wat in mensen zit, en wat toch nooit helemaal weggedrukt kan worden. Net als sekswerk.

maandag 7 augustus 2017

Antwoord op: Van je hobby je beroep maken

Ik weet echt niet meer hoevaak ik nou heb gehoord dat mensen, vaak met een beetje jaloezie, tegen me gezegd hebben dat ik van mijn hobby mijn beroep heb gemaakt. Of dat zij dat ookwel zouden willen, of meer van die dingen. En behalve dat iedereen tochwel denkt dat er een addertje onder het gras zit, bestaat het idee toch nog steeds wel dat het eigenlijk niet meer is dan dat, een beetje hobbyen en betaald krijgen.

Vooral veel klanten hebben dat idee. Ze denken dat wij gewoon onze sletterigheid te koop hebben gezet, en dat we doen wat we tochwel zouden doen, ook als we niet betaald konden krijgen. Maar ook veel mensen van buiten denken er zo over. Die voelen het alsof we wij gewoon hobbyen met seks, en er ons beroep van maken alleen omdat we niet de moraliteit hebben om zuinig op onze seks te zijn.

Het klopt alleen niet.

Ten eerste is het gewoon wèrk. Daar heb ik al over geschreven. Het is iets waar je je brood mee verdient, en het is iets waar je je echt voor moet inspannen. Seks is leuk en een hobby als je het overkomt, als je door je eigen seksdrift wordt aangespoord. Als het daar niet om gaat, en je doet het met iemand die je lauw laat, op een moment dat je niet geil bent, dan moet je al dat aansporen helemaal zelf doen.

Als mensen sekswerk bekijken als iets wat een hobby zou zijn, gaan ze altijd uit van dat het zo voelt als wanneer ze geil zijn, of nemen ze de maat bij het spannende oei-gevoel wat ze zelf krijgen als ze aan zoiets stouts als sekswerk denken. Ze staan er niet bij stil dat dat er snel af is als je het voor je dagelijkse werk doet. Alles kan gewoon worden als je het maar dagelijks doet.

Dat geldt trouwens niet alleen voor hoererij hoor. Ik heb een vaste klant die vroeger in de retail werkte, en in zijn vrije tijd websites maakte. Webdesign was zijn passie. Hij gaf zijn baan eraan en werd voltijd webdesigner. Daar is hij heel succesvol mee. Maar het is niet meer zijn hobby. Alle pret is eraf. Nieteens omdat hij méér tijd eraan geeft, want daarvoor gingen al zijn weekenden en avonden er al aan op. Maar alleen omdat het nu móét.

Toen hij voor zijn hobbies websites ontwierp, was dat helemaal vrij. Dat was vooral voor hem kreativiteit uiten. Hij verzon alles, en maakte de mooiste dingen. Dat gaf een kick. Nu hij het voor bedrijven doet, moet hij hun huisstijlen volgen, hun slechte kopij erop zetten, hun ideeën waarmaken, en vaak hebben ze ooknog bedacht welke techniek hij mag gebruiken. Voor hem is er dan veel plezier af.

Ja, de uitdaging is groter als er meer dingen móéten. Maar dat is vaak helemaal niet het soort uitdaging dat je hobby grootmaakt. Een andere klant is bijvoorbeeld professioneel sporter. Toen hij nog amateur was, was zijn sport een prachtige uitdaging om door te breken, en groot te worden. Nu hij sport voor zijn beroep, is het een uitdaging om niet weg te zakken en zijn baan kwijt te raken. Het is even hard werken, voor dezelfde soort wedstrijden, maar nu is het een negatiever iets geworden.

Echt wel de meeste mensen die ik ken die van hun hobby echt hun beroep hebben gemaakt, hebben veel plezier in hun hobby verloren. Eigenlijk vooral de mensen die hun baan daarvòòr echt een kutbaan vonden vinden dat ze erop vooruitgegaan zijn. En bijna allemaal vinden ze vooral dat hun hobby veel glans verloren is. Van je hobby je beroep maken is niet goed voor de beleving van je hobby.

In de hoererij werken vooral meiden die werken met seks leuk vinden. Wèrken met seks, want als je in de hoererij gaat omdat je seks lekker vindt, dan knap je snel af. Want in de hoererij ben je bezig een dienst af te leveren, en dat betekent dat je jouw beleving even opzij zet voor de beleving van je klant. Als je dat niet doet, dan wordt het niets met je werk, want dan zijn je diensten snel onder de maat. Ookal wil je klant je wel zien kronkelen van genot.

Van je hobby je beroep maken, is ook werk maken van je hobby. En dan wordt je hobby vooral werk, en is er weinig hobby meer aan. En vooral als je hobby leuk is omdat het een vrijheid is en een uitingsvorm, haalt het veel plezier weg als je er je brood mee moet verdienen, en je dus niet langer helemaal vrij bent met hoe je het doet. Kies voor werk liever een bezigheid die je graag als wèrk doet, want werk en hobby zijn gewoon niet hetzelfde.

Maar als je je hobby leuk vindt terwijl je het al doet als wanneer je zou werken, en je het juist leuk vindt omdat het zo op werk lijkt, dan kan het werken. Dan kan je gaan doen wat je eigenlijk toch al deed. Want bij alle verhalen waar een hobby vanzelf uit de hand liep, en vanzelf werk wèrd, ging het goed. Dan waren het vooral bijbaantjes die voltijds banen werden, en meestal een eigen bedrijf. Dat werkt wel. Maar van je hobby je beroep máken, dat valt vaak tegen.